Nieuwsbrief

Regelmatig versturen wij een nieuwsbrief. Als u deze wilt ontvangen, vul dan hieronder uw naam en e-mailadres in.







DE BEELDENMAKER Afdrukken E-mail
Geschreven door Catharina Ravelli   
maandag, 12 maart 2012 17:21

figuristi

De Italiaanse figuristi die in de 19de eeuw naar Nederland kwamen, werkten vaak in een groep van vier tot tien mensen. Die groep werd soms al in Italië gevormd en de mannen reisden samen. De beeldenmakers die zo ver als Nederland gingen, deden dat vooral in februari en maart, en reisden vaak via België naar Rotterdam en Amsterdam.

De meerderheid was geboren in Toscane, vooral in of rond Bagni di Lucca.

Hieronder één van hen aan het woord.

 

Nomaden

Ze bleven meestal kort in dezelfde stad en trokken dan weer verder naar andere steden. Een compagnia di figuristi stond onder leiding van een padrone, die mallen kon maken van klei. Andere leden hadden tot taak om beelden van gips te gieten in de mallen of om de beelden te beschilderen.

Weer anderen gingen langs de deuren en markten om de gipsenbeeldjes van dieren, bloemen of heiligen, te verkopen. Omdat de meeste beeldenmakers rondtrokken, waren er weinig echte bedrijven. Toch hadden Italianen in de tweede helft van de 19de eeuw in een aantal steden min of meer een monopoliepositie verworven. Zo telde Utrecht eind 19e eeuw uitsluitend Italiaanse bedrijven.

Op de foto medewerkers van de beeldengieterij van F. Bari. De foto is afkomstig van de familie Talamini. Ook Edoardo Talamini, de grondlegger van ijssalon Florencia in Den Haag, had in Italië gipsen beelden gemaakt.

Van Amsterdam tot Limburgbeeldenfabriek

Veelal vestigden zij zich in de zuidelijke katholieke provincies zoals Gori in Tilburg en Lucchesi in Maastricht, Roermond en Eindhoven, maar in grote Hollandse steden waren ze ook te vinden. Amsterdam kende het bedrijf Bertolozzi en beeldenfabriek Marchi. In Rotterdam had Bettien Grasciana zich gevestigd.

Verkopen zonder één woord Nederlands

Op hoge leeftijd haalde de inmiddels naar Italië geremigreerde beeldenmaker Dante Michelini herinneringen op aan zijn migratie en de werkwijze van beeldenmakers in het Nederland van die tijd:

'Toen ik in '26 of '27 via Gent in Amsterdam kwam, ging ik werken bij de compagnia die toen in de Monnikenstraat zat. Ik kwam om twaalf uur aan en de volgende dag meteen de straat op, verkopen. Ik was voordien nog nooit uit mijn dorp geweest en ik sprak geen woord Nederlands, maar het lag me en ook al was ik de jongste, ik verkocht al snel het meest van de hele groep. Ik ging langs alle grachten en die kleine straatjes, waar die juffrouwen achter de ramen zitten, en die namen dan beelden van de Drie Gratiën of de Venus. Die dingen zijn in Italië iets gewoons, maar hier vonden ze dat prachtig. Wat later ben ik in naar een bedrijf in Apeldoorn gegaan en vandaar heb ik beelden van de padrone afgenomen en voor eigen rekening verkocht. Ik ging 's ochtends wel met drie of vier van die zware zakken, bijeengehouden door de vier hoekpunten samen te pakken, naar Almelo, Hengelo of in welke stad dan ook waar markt was. Je verkocht honden, asbakjes, een klokkenstel met twee vazen en veel meer. Als ik dan kwam, dan riep de marktmeester: "Ga maar, ga maar", want hij wist wel dat ik een goede standwerker was. Ik sprak net een beetje Duits, een beetje Nederlands, Italiaans, van alles, je leerde hoe je de aandacht moest trekken met mopjes, verhaaltjes. En dan 's avonds met de trein naar de compagnia, daar was mijn kost en inwoning.' (Bovenkerk, Eijken en Ruland 2004)